ACHTERGROND

Linda Biemans, geboren op 25 augustus 1958, heeft voor de tweede keer van haar passie haar werk gemaakt. Ze werd opgeleid tot balletpedagoog (Hogeschool voor de Kunst te Arnhem), gaf een kwart eeuw een les aan diverse instituten/dependances en had gedurende twintig jaar een eigen goedlopende balletschool. Sinds vijftien jaar is ze bezig zich te bekwamen in het metier van de beeldende kunst, eerst náást het ballet, maar de afgelopen jaren bij wijze van tweede carrière.

Haar leermeesters in de beeldende kunst zijn Ger Bonsink, Peter Rozenzweig, Mauro Spadaccini, Christoph Klepser en Claudia Farina van de internationale beeldhouwschool Campo dell’ Altissimo in de Toscaanse berglanden.

Al het werk van Linda Biemans wordt handmatig gemaakt, met behulp van punt- en tandbeitel en vuist of klopper. Vervolgens wordt er geslepen met turbine en/of haakse slijper en daarna met eerlijke hand verder geveild, geraspt en geschuurd.

Het beeldende werk komt intuïtief tot stand, waarbij de vorm van de steen leidend is en de omgeving inspirerend, soms worden er zwerfkeien gebruikt, soms een brok steen.

Ofschoon het uiteindelijke resultaat in zijn uitingsvorm in niets herinnert aan kei of steen, schimmert in de beelden het oorspronkelijke materiaal door, de glinstering van het gesteente, de eroderende werking van de eeuwen, de weerschijn en fragmentatie van wat aardse krachten balden.

 

Foto door: Rob Nijhuis
  Linda Biemans werkt in een broedplaats annex atelier te Almelo, maar vertoeft regelmatig in een Italiaans centrum voor steenhouwers, in Pietra Santa en Carrara. In die zin zijn haar beelden het product van twee werelden, zowel fysiek als psychisch, een oeuvre als zinnebeeld van zon en regen, de weerspiegeling van een combinatie van lichtvoetigheid en zwaartekracht. Het werk kan aldus ook worden opgevat als de uitkomst van de letterlijke zowel als figuurlijke worsteling met het leven zelf, met enerzijds zijn gladde en fijne kanten en anderzijds zijn donkere en vermoeide tekens. Het polijsten van de ruwheid, het ordenen van de chaos, oftewel: het opstaan na het vallen.  

De kenmerken van de beelden: licht, vaak zo dun dat de steen zo transparant wordt als glas, soepele vormen, het opheffen van de zwaartekracht, de drang te overleven, met in vrijwel elk beeld ook de tegenstelling tussen glad en ruw, dun en massief.

Het oeuvre van Linda Biemans is derhalve een eerbetoon aan het leven zelf, lichtende monumenten van deze tijd, in het besef dat er altijd schaduwzijden zullen bestaan.